Verhalen uit Het Schrijflab | Het Schrijflab

VERTRAGING

Giek Aalders had zich moeten haasten om op het station van Zwolle de trein van 14.15 uur te halen. Bij het instappen ging het bijna mis, omdat hij met zijn linkerschoen op de losgeraakte veter van zijn andere schoen ging staan waardoor hij uit balans werd gebracht.

Hij kon zich tijdig vastgrijpen aan de glanzende metalen paal naast de ingang, maar kon niet voorkomen dat zijn hoofd de zijkant van de deur raakte. Gelukkig waren er geen andere passagiers die zijn gestuntel gadesloegen - op dit uur van de dag was de intercity van Zwolle naar Groningen niet echt populair. In het portaal wreef hij over zijn voorhoofd, geen schade van betekenis.

In de tweedeklascoupé liep hij door naar het stilte-gedeelte, beetje overbodig, want overal was het stil. Hij ging zitten op het moment dat de trein langzaam in beweging kwam. Altijd koos hij een zetel die zichtbaar de toekomst tegemoetging, hoewel hij wist dat je bij een botsing beter andersom kunt zitten, want dan word je in de stoel gedrukt in plaats van gekatapulteerd op de schoot van degene die toevallig tegenover je zit - soms niet verkeerd, maar meestal niet be- gerenswaardig. Nadat hij beide schoenveters opnieuw had geknoopt, strak en dubbel, nam hij uit zijn binnenzak zijn mobieltje om het nieuws te checken, dat deed hij altijd als hij niets te doen had. Het nieuws was er om de tijd te doden, zoals vroeger De Lach bij de kapper. Ondertussen gleden de stations van Meppel, Hoogeveen en Beilen voorbij. Bij Assen stopte de trein. Om de een of andere reden wilden altijd veel mensen die stad ontvluchten. Giek keek op en zag nieuwe passagiers zijn domein betreden. Opgeschoten schooljeugd die van stilte niets moest hebben, een clubje vrouwen die van gezel- ligheid geen besef hadden van de wereld om hen heen en een paar einzelgängers die zich aan alles leken te storen. Giek voelde zich één van hen en probeerde zich weer te concentreren op wat het algoritme van zijn mobiel vond dat voor hem wel interessant was.

‘Hee, jij bent toch Giek Aalders? Zeg me als het niet klopt.’

Giek keek omhoog naar een kalende man met veel plooien in zijn gezicht. Moest hij hem kennen? De man wachtte niet op zijn reactie en zette zich pontificaal neer op de bank tegenover hem.

‘Ik dacht dat je dood was,’ zei de man. ‘Ja, sorry als ik het zo zeg, maar pas geleden zag ik een bericht in de krant dat over jou ging, tenminste dat dacht ik. Het ging over een zekere Giek en toen dacht ik meteen dat het over jou moest gaan. Ja, er zijn niet veel mensen met zo’n rare voornaam.’

Giek keek hem onderzoekend aan; zo was hij nog nooit aangespro- ken. Als hij hem al kende, dan was het van heel lang geleden, maar er begon hem niets te dagen.

‘Weet je wel wat je zegt?’ zei Giek zonder zijn ergernis te verbergen. ‘Wie zegt er nou: ik dacht dat je dood was?’

‘Ik zei toch sorry, misschien had ik het anders moeten zeggen, maar ik ben altijd eerlijk als ik zeg wat ik denk.’

‘Ik leef nog, zoals je kunt zien.’

‘Ja, oké, dat zie ik, evenals de buts op je voorhoofd, dus misschien had ik bijna gelijk gehad.’ De man lachte breeduit, overtuigd van zijn gevoel voor humor.

Giek wreef over zijn voorhoofd; er zat inderdaad een verdikking.

‘Geen verdriet of blijdschap?’ vroeg hij zijn opponent, want dat was die vreemde vent nu wel geworden.

‘Och, ik heb je al zó lang niet gezien en vrienden zijn we nooit ge- weest, dus het maakt me niet zoveel uit. Dead or alive. Je neemt er kennis van en daarna ga je door met je eigen leven.’

‘Ik had hier dus net zo goed niet kunnen zijn.’

‘Mij om het even, maar het is wel grappig om iemand te zien waar- van je dacht dat die dood was.’

‘Waar kennen we elkaar van?’ wilde Giek weten.

‘Nou moet je niet onnozel doen,’ zei de man geïrriteerd. ‘Herken je me niet?’

‘Nee, dus zoveel indruk zul je niet op mij hebben gemaakt.’

‘Het is ook lang geleden en het is waar, mensen veranderen in de loop van de tijd, van binnen en van buiten, dus ik neem het je niet kwalijk. Jij bent ook niet meer dezelfde.’

Giek duwde een vinger tegen zijn wang - de brutaliteit vroeg om vergelding. ‘Dan moet ik dus in gedachten die bolle buik wegdenken, de plooien in je gezicht gladstrijken en een haardos projecteren op die kale kop.’

‘Vooruit, je doet maar; wat blijft er dan over?’

Het maalde in Gieks hoofd. Het waren enkel de ogen die hem een gevoel van herkenning gaven, blauwe spleetjes die zich van niemand wat aantrokken. Plots wist hij het.

‘Frans Kooistra?’

‘Bingo!’

Herinneringen kwamen naar boven. Ja, die Frans zat vroeger enige

tijd naast hem in de laatste klas van de middelbare school. Irritant ventje, grapjas op het verkeerde moment, toen al, iemand waarmee geen fatsoenlijk gesprek kon worden gevoerd. Giek overwoog elders in de coupé plaats te nemen, maar dat zou flauw zijn. Bovendien had hij hier de eerste rechten. Het was eerder aan Frans om zijn biezen te pakken.

Plotseling minderde de trein vaart en kwam tussen landerijen tot stilstand. Door de speaker van de coupé klonk een boodschap: ‘De trein ondervindt helaas enige vertraging vanwege een aanrijding met een persoon.’

‘Verdomme!’ zei Frans, terwijl hij zijn handen op zijn knieën sloeg. ‘Altijd als ik de trein neem is er een onverlaat die zo nodig geschept wil worden.’

‘Je hebt geen idee wat iemand tot zo’n wanhoopsdaad drijft,’ opper- de Giek.

‘Alle respect voor degene die er een eind aan wil maken, maar val er andere mensen niet mee lastig. Godallemachtig, dan zijn ze in

de war of zit het leven op alle fronten tegen - dat kan gebeuren, zo realistisch ben ik wel - maar in plaats van terug te gaan naar hun moeder of er heimelijk tussenuit te knijpen gooien ze zich voor de trein, alsof ze willen laten merken dat ze niet voor niets op aarde zijn geweest, immers een aantal onbekende mensen ondervindt enige reisvertraging. En dat is dan hun bijdrage aan de geschiedenis van de mensheid.’

‘Zou je misschien ergens anders willen gaan zitten,’ ontviel het Giek terwijl hij gebaarde naar het gangpad waar een conducteur hun rich- ting op schuifelde.

‘Wacht even, ik ben nog niet klaar.’

‘Ik wel met jou,’ zei Giek beslist. Naar buiten kijkend zag hij enkele spoorbeambten in de weer met plastic zakken. Geen prettig beroep, dacht hij, het verzamelen van ledematen, vleesresten en hersendelen. De gedachte dat treinspringers schijt hadden aan de emoties van degenen die de restanten moesten verzamelen drukte hij snel weg, want hij wilde niet meegezogen worden in het vaarwater van zijn overbuurman.

‘Mag ik uw vervoersbewijzen, alstublieft,’ zei de conducteur die in- middels bij hen was aanbeland.

‘Nee,’ zei Frans met enige stemverheffing. ‘Waarom zou ik mijn vervoersbewijs laten zien als jullie me niet vervoeren! We staan godverdomme stil in een achterlijk weiland! Weet u, ik loop straks afspraken mis en dat kan me handenvol geld kosten. Gaat u me dat vergoeden?’

‘Excuses, mijnheer, maar zoals u heeft gehoord is er sprake van een noodlottig ongeval, ik hoop dat u daar begrip voor hebt.’

‘Geen enkel begrip,’ zei Frans. ‘In het buitenland reis ik vaak met de trein en daar heb ik nog nooit zoiets meegemaakt. Die hebben er wat op gevonden, ik weet niet wat, maar de NS zou daar eens te rade moeten gaan. Misschien sturen ze de rekening van het incident con- sequent naar de familie en is dat de reden voor kandidaat-springers om ervan af te zien.’

‘Niettemin bent u verplicht uw vervoersbewijs te tonen,’ zei de con- ducteur onverstoorbaar, terwijl hij de OV-chipkaart van Giek scande. ‘Geen sprake van! Aanrijding met een persoon, so what, gewoon de

vaart erin houden, want het is al gebeurd, helaas, niets meer aan te doen. Locatie doorseinen aan de ruimploeg, de sprinkler op de neus activeren en klaar is Kees.’

Giek had zich genoeg geërgerd. Hij stond op en liep naar het ach- terste deel van de coupé, terwijl het gesprek tussen de conducteur en Frans onverminderd voortging. Sommige mensen leven, terwijl ze net zo goed dood hadden mogen zijn, mijmerde Giek, en andere gaan dood terwijl hen een leven met nieuwe kansen was gegund.

Fons Wijers

Dit verhaal verscheen in de bundel Verhalen uit Het Schrijflab 2019, te bestellen bij Uitgeverij Shinz, prijs € 9,95 : http://www.shinz.nl/bestellen