Verhalen uit Het Schrijflab | Het Schrijflab

ONDER DE NOORDERZON

0 Met de noorderzon

vertrokken we, want deze zengzomer was te ooggruwelijk. Noordelijker dan de poolcirkel hoefden we niet te reizen. De zonlichtstraalweg doorheen de fijne fotonenfilteratmosfeer is daar immers op z’n langst, op z’n minst scheermesscherp.

Wel, dra schommelstoelden we in het (volgens de bilkarta Skandinavien) diepst doorgezakte stukje polcirkeln. Onder noordermaxifilterzonlicht en soms in de regen (natte bladzijden!) werden veertien 100-wordstories geschreven in precies 1580 woorden.

De honderdwoordenbeperking bedwingt je woordenbrijbraakzucht, tegelijk zijn regels enkel soms te overtreden. En zaamspaar je langewoordenduiveltjes! Titels en onderschriften tellen niet.

Lees en wandel mee, fjäll-huttentochtend over het rijkbeplankte Padjelanta-pad.

Zo, dit zijn er precies honderd.

Paul Braamberg en Dáša Nedorostková, thuis, september 2018.

1 Naar de noorderzon

Pats, op de riksgränsen pakt de politie je meteen.

‘Is dit geen Schengen dan?’

‘Ja, toch je paspoort.’

Je bent suspect, dat steekt. Je bent een ander, een niet-Zweed, een mensensmokkelaar wellicht. De overheid neemt de Sverigedemokraterna de xenowind uit de fobiezeilen.

Ze is van Vikingstatuur, felwit haar, ogen staalblauw in de uniformpetklepschaduw. Samen een öl-tje pakken om te bomen over EU-regels overtredende Sverige-smerissen, je vraagt het haar maar niet. Ja, wel Volvo’s exporteren, maar blije bezoekrijders ter eigenvolksgeruststelling hjärta-kwetsend criminaliseren!

Welkom in Zweden, härlig-ruim land, minst-geringe percentage vluchtelingen, voorbeeldig georganiseerd, op-en-top demokratisk, verkiezingsoverwinnaar is hier sowieso främlingsfientlighet. Zweden, all-EU-ijkpunt.

Poul Björnbärberg, op een snelwegparkeerplaats bij Malmö

2 Fata zonondergana

Urenlang is de noorderzon ondergegaan. Hé, op NNW lichten de wolken van onderen geel op: gele fjälls, waartussen donkergrijze jaures. Afspiegeling van het landschap waar je de komende week doorheen wilt wandelen. Langzaam, heel langzaam, vijf minuten na vijf minuten verdwijnt die gele, grijs en zwart dooraderde 3D-wolkenkaart, schaal 1:1.

Je zoekt de 2D-waterproofpapierkaart, 1:50.000.

Hé, het wolkschap spiegelt opnieuw, niet geel maar rood nu. Hoe kan dat? Waarom ging het geel niet langzaam over in rood? Een tweede zon, een poollichtroodspiegeling?

Je móét zo meteen, voor de zon in NNO weer opkomt, dat dubbelluchtspiegelschap herzien.

En dan, dan eropaf.

Paul, aan het Randi-jaure bij Jokkmokk

3 Drielandenpunt

Onder de zachte noorderzon loop je langs langgerekte meren en tussen hoge bergen. Het lijkt de laatste Europese wildernis, maar de enorme jaures zijn kunstmeren, stuwmeren ten behoeve van de geëlektrificeerde spoorlijn om al het noorderzachtzon-staalhard- ijzererts naar de Noorweger haven te transporteren. Niets hebben de ijzerertsbaronnen zich aangetrokken van noorderzonzachte oernatuur, Sámi-weidegronden, noch riksgränsen.

En waarachtig denk je aan ons drielandenpunt, uitzichtelijk hard massatoeristenoord, want Nederland houdt in de Meinweg de IJzeren Rijn potdicht, de kortste spoorverbinding tussen Ruhrgebied en Antwerpen, grote kolen en staal-concurrent van Rotterdam. De Nederrijksgrenzen zijn keihard. En daarom ondertunnelden Belgen en Duitsers ónze hoogste berg!

Paul, Padjelanta, N 66 ̊57.630 E 017 ̊24.659

4 Chicken Teriyaki with Rice

‘Welkom in de Gisuris-hut,’ zegt de Sámi huttenwaard. ‘Kleren kun je drogen in de torkrum en morgenochtend bak ik brood.’

In je huttenkleren lig je onderin een stapelbed, je pijnlijke rug rechtend. Buiten ruist regen, de kachel zoemt in dit slaapkamertje.

Op de gang schuifelen slippers. Pannetjesgekletter en vrolijk gepraat klinkt vanuit de keuken. Achter het houten wandje naast je draait iemand zich om en buiten ruist nog steeds regen.

Met een vriesdroogmaaltijd-pouch slof je richting keuken en zet een waterketel op. Iemand is een blauwe sok kwijt. Morgen lopen we verder maar de regen klettert, overmorgen is ook goed.

Paul, Gisuris-hut

5 Full Swedish

Na vijf zwaar-zwetende rugzakdagen snak je naar een douche. Het dagelijkse ritueel beperkt zich tot uittrekken van plakkerige kleren en niet poedelen in ijskoude beken.

Eindelijk iets beters, openingstijden voor vrouwen, mannen, gemengd en dorpsbewoners. Je kiest vrouwen en vraagt naar de lokale gebruiken opdat je de gesloten Zweedsen niet bruuskeert. ‘Dress-code? There is no dress-code.’ Een moment stilzwijgen. ‘No dress.’

Dressloos stoom je, overgiet je jezelf met fris water en stoom je... Dan verruilen de medestomende Zweedsen de sauna voor een sprong in de ijskoude Luoppal.

‘Ga je mee voor de full Swedish experience?’

Oké, maar very short. Fantastisch! Dáša, Sláloluokta-hut

6 Sáminavië

Badjelánnda (Padjelanta) is Sámisch voor Het hoge land, zegt een informatiepaneel aan de rand van dit Unesco-werelderfgoed. Welkom in Sápmi, land van de Sámi, volk van moeder-aarde en vader-zon. Het land behoort niet ons, wij zijn van het land.

Tweede paneel: Sápmi lijkt voor jou wildernis maar is oeroud cultuurlandschap. Zomers grazen onze rendierkuddes op het hoge land en op de bergflanken, ’s winters eten ze in de dalen rendiermos en hangende korstmossen van de taigatakken – althans vroeger,

nu zijn de oerwouden door grootschalige houtkap veranderd in boomstaakwoestijnen. Veel dalen zijn überhaupt verdwenen in reusachtige stuwmeren. Toch zijn we gebleven.

Volledige tekst: Badjelánnda Laponia Turism/Jokkmokk

Samenvatting: Paul Braamberg, Padjelanta, N 67 ̊33.805 E 017 ̊13.001

7 Derde en vierde paneel

Al 9000 jaar wonen we in Sápmi, eerst als jagers van rendieren

en ander wild, en als vissers. Sinds jullie middeleeuwen belastten Denemarken-Noorwegen, Zweden-Finland en Rusland ons, vaak alle drie tegelijk. Ons ‘bezit’ moest gemeten, moest verdeeld, geoormerkt. Zo werden we rendierherders, oneindig veel meer werk. Ze doodden onze sjamanen, verbrandden onze heilige trommels, kerstenden ons. Ze verboden onze taal, stopten onze kinderen in ‘Lappenscholen’. Toch joiken (vertel-zingen) we nog steeds onze herinneringen, al of niet woordeloos.

Verkleumde mineralen zoekende vreemdelingen lieten we in onze goathes (plaggentipi’s), meteen kropen ze onopgevoed dicht bij

het vuur, toch gaven we ze eten. Eerst stierven duizenden onzer sledetrekrendieren, met zilver- en ijzererts onderweg naar de haven, nu is er de nog rampzaligere spoorlijn, zijn er stuwmeren. Onze ‘gewone’ meren hebben ze leeggevist, idem de zee van de kust- Sami’s. Na Tsjernobyl moest al het rendierslachtvlees vernietigd, nu bedreigen ons te warme winters: na een paar dooidagen verijst de sneeuwlaag, zodat rendieren niet meer bij hun winterkost kunnen: de korstmossen eronder. En dat terwijl de hangende korstmossen ontbreken in de boomstaakwoestijnen, zie paneel twee.

En er zijn harde grenzen van naties waartoe wij niet behoren. Toch ben je, nieuwsgierige vreemdeling, van harte welkom in Sápmi. Volledige tekst: Badjelánnda Laponia Turism/Jokkmokk Samenvatting: Paul Braamberg, Padjelanta, N 67 ̊33.805 E 017 ̊13.002

8 Mind your step

Met fjäll-hoppen heb je het druk. Bij zon ritsen open, kledinglaagjes uit. Bij wolken de hele boel weer aan. Gaat het tegenwindregenen, poncho aan, of zweet je dan meer dan je nattigheid bespaart?

Over grote waterstromen hangen bruggen. Soms moet je waden. Neem je het risico of gaan bergschoenen en sokken uit, broekspijpen omhoog, waterslippers aan? Wat een gedoe, oei wat koud.

Padjelanta-pad-prachtig zijn de planken. Geen lagelandse knuppeldwarsliggers maar twee langsplankliggers, eindeloos als in een vliegveldvertrekhal, soms glad. Stap daarom op beide, pinguïn eroverheen, voorzichtig als het naar beneden gaat. Ben je voorbij het steilste stuk, nee, niet opkijken...

Nou vooruit, nog es 80 woorden:

Vanwege de Europawijde droogzomer ontmoet je welgeteld drie muggen, dát scheelt. En er zijn tegen- en medeliggers. Gedurende de hele dag slechts een half dozijn tegenliggers, de meeste alleen, opmerkelijk. Je verleent elkander voorrang op de planken, je wisselt ‘hej’ uit en soms de weersverwachting, die niemand weet, of de plankgladheidsprognose, die iedereen heeft proefondervonden. Verder alleen fjäll-ruimte, om je heen en in je hoofd. En ‘s avonds in de hutten tref je je medeliggers en we praten en praten.

Paul, Låddejåkkå-hut

9 Fjäll-foltering

Provocerend koekeloeren hun kopjes overal naar je in laaggelegen berkenbosjes, op hellingen, in rivierbochten en op de wind-gegeselde toppen: eekhoorntjesbrood, zwarte en oranje berkenboleten, fluweelboleten, cantharellen, parelamanieten. En russula’s in

alle regenboogkleuren. Van giftige soorten geen spoor. Allemaal supergezond, zonder wormpjes of slakken. Een waar paradijs. Maar je kunt ze nooit allemaal plukken (marteling!), te veel om meteen op te eten. En drogen (de torkrum is alleen voor kleren en schoenen), invriezen of inmaken is onmogelijk (marteling!). Een waar vagevuur.

En dus zijn de komende drie avondmaaltijd-chickens, krachtig en kruidig naar paddenstoelen smakend in plaats van naar teriyaki, verduiveld exquise.

Dáša, Darreluoppal-hut

10 Onder de noorderzon

Het gaat je natuurlijk om de bergverweggezichten, haaientandzwart met weerkaatswitte sneeuwplakken. Oost heb je Sarek, west de grensdentuur van Noorwegen. Het gaat om de fjäll-kleuren, de korstmossen, de dwergherfstberkjes, de rendieren, een eland, vogels – waar is je verrekijker?

De wind, de zon en de regen. De weg is het doel. De paddenstoelen, de kruidgeur van veenmos, de smaak van gletsjersmeltwater. Het geruis van watervallen, het gezwabber over hoge hangbruggen met tralievloeren waar je zo doorheen kijkt.

Het gaat om... het is niet in woorden te vangen. Kom zelf. Kijk, voel, ruik, hoor zelf, want ik kan het je niet vertellen.

Paul, Darreluoppal-hut

11 Mede-noorderzonderlingen

zijn zij die dezelfde tocht lopen, die dezelfde kant opgaan,

zijn zij die passeren als je pauzeert, die je passeert als zij pauzeren,

zijn zij met wie je in de huttenkeuken praat,

knäckebröd, maaltijd-pouches en chocola,

die vandaag dezelfde Padjelanta-pad-pracht zagen

en roken en voelden, dezelfde regenbui en zonnestralen.

Die dezelfde beek doorwaadden (en misstapten), ploetsj...

zijn wildvreemden met dezelfde interesses als jij,

wildtaligen die dezelfde boeken hebben gelezen,

die zomaar beginnen over je langvergeten favoriete studententijdschrijver, Ben Traven,

zijn de Padjelanta-pad-medelopers die zo tegelijk je langgeleden mede-studenten zijn,

zijn zij die van je goeie ouwe tijd het hutten-nu maken.

Paul, Árasluokta-hut

12 0,25 l, 2,8 %, 40 SEK, pant 2 SEK (0,25 liter, 2,8 procent, 4 euro, statiegeld 20 cent)

Van oudsher koopt men in het Sámi-zomerdorp bij de Árasluokta- hut aan het Virihaure een vis (Thymallus thymallus), live in een plaggentipi boven berkentakvuur gerookt. Men koopt beslist ook Norrlands Guld.

Twee koddig rechtopstaande elanden (Alcer alcer) dragen Gulds wapenschild waarop drie zulke tijmsmaakvissen zwemmen. Op achtergrond een blikkerend jaure omzoomd door blauwe bergen.

Op voorgrond ijlzwarte fijnsparren (Picea abies) met half verborgen elandje. Een waterval ruist. De wind vlaagt dat geruis weg, een andere waterval ruist harder. När älgen blir blå är öllen kall. Bara en god öl, klimatsmart. Förstås, wat een genöt, zal hier Linnaeus (Homo sapiens) hebben gedacht.

Paul, Árasluokta

13 Paddenstoelen van vorig jaar

Eerst het slechte nieuws: zelfs de grensbewaaksters der noordse oppergodinnen konden de Tsjernobyl-wolk niet tegenhouden. Paddenstoelen, een belangrijk rendierdieet-ingrediënt,

accumuleren radioactieve neerslag, dus moest de hele rendierslacht van 1986 worden vernietigd. Tragedie voor Sámi en alle rendiervleesliefhebbers.

Gelukkig is dat verleden tijd. Nu de rugzak onderweg steeds lichter wordt, maar de trek onverminderd, kun je eindelijk gedroogd rendiervlees kopen in de Parfas-kiosk (al sinds Linnaeus’ tijd). Iets duurder dan Norrlands Guld, maar het genieten duurt langer: de rest van de trektocht kauw je erop, de hele dag.

Het goede nieuws: rendiervlees smaakt naar de paddenstoelen die je niet kon plukken.

Dáša, Sámmarlappa-hut

14 De kaaste plaats onder de noorderzon

De laatste twintig minuten van je noorderzonzoektocht gaan per boot. De buitenboordmotorstuurvrouw hanteert de smartphone, je kunt met kort pinnen.

Bij fjällstation Kvikkjokk begint de asfaltweg. Je consumeert hamburger en 5,3% Norrlands Guld Export. Morgen zul je ontbijten met kadetjes en kaas. In de gelagknuskamer voeren te veel stoere, stoppelbebaarde bronsbruine mannen het hoogste woord, vooral als er vers gedouchte Abba-klooninnen in hun buurt zijn.

Jij herinnert je gisteren: van door je laatste berghutraam zag je een jonge verstortregende fjäll-hopster naderen, zeer vriendelijk lachen en vóórtlopen. Zij verkoos de eenzaamheid in Sápmi’s onmetelijke geborgthuiswarmte en ze is niet de enige.

Paul, Kvikkjokk

Epiloog: de joik

Je hebt het al begrepen, beste lezeres en lezer: onder de noorderzon dachten wij de oernatuur van de Scandinavische fjäll aan te treffen, en zo zag het er ook uit, maar in plaats daarvan werden we twaalf dagen geleden verwelkomd op de zomerweidegronden van Sápmi, het land van de Sámi. En dat we eerst niets afwisten van ‘Sápmi’s onmetelijke geborgthuiswarmte’, zoals ik hierboven zo warmhartig schreef, daar geneerden we ons een beetje voor.

Ja, we wisten dat er in Noord-Scandinavië en aanpalend Rusland Sámi-nederzettingen zijn en dat ‘Lappen’ min of meer een scheldwoord is, net als ‘zigeuners’, maar dat dat hele ‘Lapland’ niet de laatste Europese wildernis is, zoals de reisgidsen je voorspiegelen, maar Sámi-cultuurgrond, nee, daar hadden we niet bij stilgestaan. Ineens waren die brave Zweden (en Noren en Finnen en Russen

– nu ja, van die laatste verwachtten we niets anders) veranderd in arrogante bezetters van Sáminavië, die net zo weinig van de oorspronkelijke bewoners van ‘hun’ land (willen) afweten als Amerikanen van hun native peoples. Eh – net zo weinig als wij destijds van Javanen en Atjehers et al.

Goed, wij wilden meer van de Sámi-cultuur weten, meer specifiek: van de joik. Tijdens onze trektocht waren we dat geheimzinnige begrip herhaaldelijk tegengekomen, op de informatie-panelen die langs het pad staan, in boeken die in de hutten liggen en ook tijdens gesprekken. De joik, zo begrepen we, geeft uitdrukking aan het authentieke Sámi-gemoed.

Welaan, dit was de eerste hit die de wifi van fjällstation Kvikkjokk opleverde:

Hey ah no yo na no yo

Hey ah no yo na no yo

Hey ah no yo na na ne ah no yo na na ne ah no yo na no yo Hey ya, eh yoo [...]

Zo begint Daniel’s yoik, waarmee ene Jon Henrik Fjällgren in 2014 doordrong tot de finale van een Zweedse tv-talentenjacht. En dit is daarvan de wifi-vertaling:

Vergezel je me nog, mijn liefste, hoewel ik je niet meer zie?

Verwijl je nog steeds hier op aarde, zoals je in mijn hart blijft? [...]

Da’s niet gering hè? Ja, de joik, daar moesten we meer van weten.

De volgende ochtend bracht een lange busreis ons van Kvikkjokk naar Jokkmokk, dat net één k minder heeft en waar we onze auto hadden achtergelaten, precies op de poolcirkel. Jokkmokk heeft niet alleen een fijne City konditoriet met cappuccino en zoete broodjes, het stadje is ook de officieuze Zweedse Sámi-hoofdstad. En daar in het culturele centrum Ájtte werden we ingewijd in de joik en wat die voor de Sámi betekent.

Joik (ook wel yoik, luohti, vuolle, leu’dd, of juoiggusis) is de traditionele zang van de Sámi en een van Europa’s oudste muziekvormen.

In de Sámische sjamanen-rituelen nam de joik een belangrijke plaats in; rituelen die tijdens de kerstening van de Sámi werden uitgeroeid, met sjamanen en al. Nog in de jaren vijftig was het zingen van de joik op scholen verboden.

Een joik gaat over de essentie van hetgeen dat of degene die je bezingt. Je joikt niet óver iets of iemand, maar naar iemand of iets toe. In de Sámi-traditie was het hebben van je eigen joik net zo belangrijk als het hebben van een naam.

Je kan joiken naar een landschap, dier of mens, en in de oude rituelen had dat een gelijke betekenis. Het verschil ertussen is bijna niet te horen, simpelweg omdat mensen, dieren en land in het Sámi- wereldbeeld niet zo verschillend zijn als ze zijn in onze westerse wereld.

Ongelofelijk toch, wat je met ‘hej ah no jo na’ allemaal tot uitdrukking kunt brengen: ware sjamanistische oerkracht!

In het Ájtte-museum (dat overigens over veel meer dan alleen

joiks gaat) kon je naast korrelige zwart-witfoto’s van mensen in klederdracht, stijf poserend voor hun goathes, op een knop drukken en dan hoorde je krakende fonograaf-opnames van honderd jaar geleden. Maar gelukkig wordt er nog steeds op de traditionele wijze gejoikt en op aanraden van de Ájtte-museumwinkel-mevrouw kochten we een cd van ene Isak Samuel Haetta met (onder meer) traditionele joiks.

Hup, die cd in de cd-speler van de auto en terwijl Dáša reed, lag

ik achterin te luisteren (onze auto is eigenlijk een rijdend bed met een soort cockpit aan het voeteneind). Inderdaad, alle Haetta-joiks beginnen met ‘jo ho la li’ of iets dergelijks. Soms komen daar nog wat onverstaanbare Sámi-woorden bij, soms niet. Dat wilde ik ook proberen – misschien kon ik er wel een podcast van maken! Ik zette de cd-speler op repeat en meebrommend met meneer Haetta en denkend aan dat magistrale Padjelanta-pad begon ik eindeloos te variëren:

Padjelo la le lo la le lo la le lanna le lo la le lanta pad...

Een kleine duizend kilometer verder, ergens bij Stockholm, vond Dáša het wel genoeg: ‘Ho ho, Braambergje, blijf bij je leest. Geen kitscherige imitatie van “nobele wilden”-gezang!’

En gelijk had ze, helaas: op een Padjelo-la-li-podcast zit niemand te wachten.

‘Jij bent van de woorden,’ zei ze. ‘Maak je eigen tekst bij zo’n joik!’

Ik zette de mp3-download van Daniel’s yoik op en het ging als een speer: nog voor Dáša onze auto door en over alle tunnels en bruggen van Stockholms niet-al-te-snelweg – oh no ni nah weh – had geslingerd, was dit gereed:

Alleen lopen

Hej ah no jo na no jo,

met z’n tweeën alleen lopen,

soms zie je elkaar niet,

soms praat je, vaak niet,

met elkaar, met medelopers,

die zie je vaak de hele dag niet. Hej o le ah no jo na no jo,

je loopt alleen, maar niet eenzaam,

want we beschermen elkaar,

want ben je niet bijtijds in de volgende berghut, dan zullen ze alarm slaan,

zoals jij alarm slaat als zij niet bijtijds...

Hej oh ja, hej oh oh, hej oh oh.

Tja, ik moet zeggen, met meneer Fjällgrens zoetgevooisde ‘hey ah no yo na no yo’ op de achtergrond klonk het veel ontroerender dan het er op papier uitziet. Dus nogmaals: Braamberg, blijf bij je leest! ‘Dáša, ik kan het niet, dat joiken,’ riep ik naar de voorbank en op het geronk van de motor na werd het stil in de auto.

Toch hebben keurige componisten als Grieg, Sibelius, Tormis met succes joik-achtige motieven in hun composities verwerkt. Ook onder noordse jazz- en popmusici is de joik populair. Zelfs Björk schijnt weleens te joiken, al wonen er geen Sámi op IJsland. Aha, wat deze mensen doen, is niet het imiteren van de joik, ze laten zich erdoor inspireren en verwerken dat in hun eigen genre.

Oote oote boe van Jan Hanlo zou je wellicht een Nedertalige joik kunnen noemen. ‘Auto auto boe,’ zei Dáša en we waren Stockholm voorbij en recht werd de snelweg en onder het rijden probeerde ze een andere cd uit de middenconsole op te graven. Voordat ze die vond, vertelde ze wat zij in Ájtte had opgestoken over de joik, nota bene in precies honderd woorden:

De traditionele joik zingt men alleen en zonder muziek, hoogstens met begeleiding van een sjamanen-trommel (als die tegenwoordig gebruikt wordt, is dat een trommel van een Siberisch zustervolk, want tijdens de kerstening der Sámi werden hun sjamanen vermoord en alle trommels en andere attributen vernietigd).

Maar de joik is een puur persoonlijke uiting en er is geen enkel Sámi-voorschrift dat je verbiedt om in je eigen joik-varianten een of meerdere instrumenten, zelfs een heel orkest te gebruiken. Of het dan als klassieke muziek, jazz of pop klinkt, maakt niet uit. En trouwens, meerdere stemmen of met een koor mag ook.

‘Dus wat wij gaan doen,’ zei Dáša, ‘tussen hier en Hamburg, dat is een duet associëren. En wel op basis van mijn eigen muzieksmaak en in mijn eigen taal: Les vabi.’

‘Het bos lonkt,’ antwoordde ik, ‘ja, da’s écht Tsjechisch. Niks geen “nobele wilden”-gezang. Dan houd ik het ook bij mijn Nedertaal- leest.’ En ik schoof de cd die ze aanreikte in de cd-speler.

We tuften door eindeloos Zuid-Zweeds bos en beemd en door

de auto schalde de muziek van spechtgeratel en vogelgetsjilp. Tsjerretteketet, een duet-joik! Ha, de podcast begon zowaar body te krijgen...

Dáša

Mmm,

muchomůrrrky čerrrvené, muchomůrrrky zelené, muchomůrrrky citrrrónové, muchomůrrrky tygrrrované, otrrrávené ne!

Otrrravné ne!

A už vůbec ne čerrrvivé,

ale superrrzdrrravé prrraváky,

kozáci,

křřřemenáče,

babky, lišky, rrrůžovky, holubinky všech barev duhy: zdar!

Paul

Mjam,

vliegggenzwammen,

gggroene knolamanieten,

gggele knolamanieten,

niks tijggger-amaniet, panterrr- amawel!

Toch gggiftige: niente! Gggallucinerende: nada!

Gggeen ene wormstekig,

alleen supergggezonde eekhoorntjesbroden,

zwarte berkenboleten,

oranje berkenboleten, fluwwweelboleten, cantharellen, parelamanieten,

russula’s in alle regenboogkleuren: hallali!

We reden inmiddels over de Sont (ja, dat kan tegenwoordig), gut, zonder dat die vervelende Viking-grensbewaakster ons uitzwaaide, en klaar was de lucht en het water spiegelde diep onder ons, de auto leek wel een vliegtuig. Pilote Dáša had me geïnspireerd, ik moest

de specifieke Sámi-stijl loslaten, ik zou proberen van de joik in mij inhoud én vorm bloot te leggen. Vanwege krachtige zijwindvlagen moest mijn pilote beide handen aan het stuurwiel houden, wat mij de kans gaf ongehinderd haar geliefde Les vabi-cd te verwisselen voor mijn favoriete schrijfmuziek, Canto Ostinato. En nog voor het bordje ‘Niederlande 1 km’ in zicht kwam, had ik mijn eerste en tot nu toe enige Braambrom-joik af, in honderd woorden natuurlijk, en zonder lo-la-le’s maar met – althans in de podcast – toffe woordklank- effecten.

Je kunt die podcast, boordevol authentieke joiks en onze daarop geïnspireerde creaties, beluisteren op http://paulbraamberg.eu/ podcasts.

Tot slot, beste lezeres en lezer: de tekst van de Braambrom-

joik, die ken je al, dat is het elfde 100-woordenstukje Mede- noorderzonderlingen geworden.

Paul Braamberg

Dit verhaal verscheen in de bundel Verhalen uit Het Schrijflab 2019, te bestellen bij Uitgeverij Shinz, prijs € 9,95 : http://www.shinz.nl/bestellen