Verhalen uit Het Schrijflab | Het Schrijflab

DE GRENS

‘Nero, af! Er zijn geen jagers, het weekend pas.’ Geesje staat aan het aanrecht om het deeg voor de pasta te kneden. Ze verwacht niemand. De meeste bezoekers kondigen zich per telefoon aan of met een ap- pje. Wanneer Nero blijft blaffen, loopt Geesje naar de koelkast om het pastadeeg te rusten te leggen en gaat dan richting openstaande keukendeur. Ondertussen knipoogt ze naar de zwijnskop die boven de vuurplaats hangt.

‘Wie gaat ons vandaag verrassen.’ De opmerking houdt het mid- den tussen hardop denken en een vraag. Het vliegengordijn rinkelt zijn bamboekralen wanneer Geesje naar buiten stapt. Onderaan de buitentrap staat een man in donkerblauw uniform met een platte pet op. Dat moet iemand van de polizia di stato zijn. De buurman staat achter hem.

Shit, dit wordt ellende. In dansende tred daalt ze de trap af en is zich er danig van bewust dat de mannen naar haar blote benen kij- ken die uit haar kort geknipte spijkerbroek steken. De vrouwen hier uit de streek hebben zich inmiddels al weken in lange broeken ge- huld, terwijl het twintig graden is midden op de dag in november. Ze vertraagt haar gehuppel halverwege de trap, omdat ze zich realiseert dat ze natuurlijk ook naar haar borsten staren die vrij bewegen en niet ingepakt zijn. Vorige week is ze de veertig gepasseerd maar dat doet geen afbreuk aan de aantrekkingskracht van blote en loshangen- de lichaamsdelen. Beneden schudt ze de agent de hand en negeert de buurman.

‘Signora, ik ben Mancini, Polizia di Stato, van de Abruzzen. Kan ik uw man ook spreken?’

‘Die is er niet, die is in Nederland om te werken, komt volgende maand weer.’

‘Dus u bent alleen hier?’

‘Si, signor.’ Die Italiaanse mannen denken zeker dat vrouwen niets kunnen zonder hen.

‘Ik kom vanwege een klacht van uw buurman signor Rizzo,’ gaat de agent verder. Geesje kijkt de buurman met een valse blik aan.

‘U woont hier?’ Het Italiaans van de agent is voor Geesje net te vol- gen want hij heeft een sterk lokaal accent.

‘Voor de duidelijkheid, u bent signora Vankokke en u woont boven en de buurman, signor Rizzo, beneden, klopt dat?’

‘Ja, dat klopt.’ Vervolgens draait de agent zich een kwartslag. ‘U beaamt dat, signor Rizzo?’

‘Jazeker.’

‘Hoe lang woont u hier, signora?’

‘Sinds twee jaar. Signora Domenica Carosella heeft het bovenhuis en het terrein aan ons verkocht. Het stond al jaren leeg. Voor haar alleen was het te groot, haar dochters waren vertrokken naar het buitenland. Haar oudste zoon...’

‘Ja, ja, ik begrijp het,’ onderbreekt de agent haar.

‘Signor Rizzo, woonde u hier al?’

‘Nee, antwoordt Geesje, hij was hier ineens.’

‘Signora, ik geef het woord aan signor Rizzo zodat hij het zelf kan

vertellen.’

‘Agent, ik huur sinds april vorig jaar het woongedeelte op de bega-

ne grond van Lucciana, de nicht van signora Domenica.’

‘Dank u. Signora, ik ben hier omdat deze man, uw buurman, be-

weert dat u hem bedreigt.’

‘Ik, hoezo?’

‘Uw buurman, signor Rizzo, beweert dat u hem vorige week, te

weten donderdag, aangevallen heeft toen één van uw beesten op zijn terrein liep.’

‘Mijn alpaca’s zijn dieren, geen beesten! U noemt uw hond toch ook geen beest?’ Geesjes vinger priemt in de richting van de buur- man. ‘Hij haalde uit naar het pasgeboren jong, Dione. Hij heeft het recht niet om haar met een bezem te slaan.’

‘Vond het voorval plaats toen u alleen hier was?’

‘Si, si! Maakt dat soms iets uit?’

De politieman trekt zijn wenkbrauwen op.

‘We gaan de situatie bekijken,’ zegt hij op bevelende toon. ‘Signora,

wilt u meekomen naar de plaats van het incident.’

Nero loopt kwispelstaartend mee, samen met het keffertje dat uit

de struiken tevoorschijn is gekomen. Gedrieën lopen ze achter het huis naar beneden, over een glooiend terrein, langs vijgenstruiken en onderdoor kakibomen tot aan de stallen en de uitloopruimte waar vijf alpaca’s grazen. De agent geeft de buurman als eerste het woord.

‘Kunt u zeggen wat er precies gebeurde tijdens het incident, signor

Rizzo?’

‘Het hek stond open en die beesten liepen in mijn olijfboomgaard,

die hier begint bij deze oude boom.’ Met twee flinke passen toont buurman Rizzo de afstand tussen het hek en de boom. ‘Het hek staat dus twee meter op mijn terrein zoals u ziet, agent. Het was al de zoveelste keer dat er één ontsnapte. Soms leggen ze zelfs het verkeer lam op de doorgaande weg hier. In dit geval probeerde ik het beest terug te leiden naar zijn eigen plek.’

‘Hij sloeg Dione met een bezem, zie je, Dione daar, dat kleintje bij haar moeder Aphrodite.’ Geesje wijst naar een bontgekleurde alpaca en een kleintje achter in de wei.’

‘Daarna sloeg u hem met dezelfde bezem, zei uw buurman mij. Is het de bezem die hier tegen het hek staat?’

‘Dat is de bezem waar ik de stallen mee schoonmaak.’ ‘Sloeg u hem met deze bezem?’

‘Ik heb hem de bezem afgepakt. Ik verdedig mijn dieren!’

schreeuwt Geesje.

‘Rustig, signora, de zaak is wat mij betreft op dit punt duidelijk. Ik

stel voor dat u een deugdelijk slot op het hek bevestigt zodat herha- ling voorkomen kan worden. Ik kom dat eind van deze maand con- troleren.’ Geesje haalt haar schouders op en aait Nero over zijn kop die zijn voorpoten tegen haar bovenbenen heeft gezet.

‘Signora, waar loopt volgens u de erfgrens?’

‘Volgens het koopcontract staat het hek langs de scheidslijn en ein- digt ons terrein bij de afgrond waar de calanchi, de kalksteenheuvels, beginnen.’

‘Volgens uw buurman heeft u met het plaatsen van de afrastering twee meter bezit genomen van zijn terrein.’

‘Onzin, die man verzint van alles!

‘Ik ga het kadaster raadplegen en kom bij u terug, signora. Maar houdt er rekening mee dat u de afrastering mogelijk moet verplaat- sen. Ik laat u weten wanneer ik opnieuw kom kijken. Ik groet u.’

Geesje loopt sputterend de trap op en verdwijnt achter het kra- lengordijn, de buurman gaat zijn huis in. Meteen belt ze haar vriend in Nederland. Ze krijgt een bericht over onbereikbaarheid op dit moment. Vergadering zeker, mag of wil zijn telefoon niet opnemen. Ze vloekt. Wanneer ze elkaar later op de dag spreken vertelt Geesje het verhaal over de politieman en de buurman. ‘En op de vraag van de polizia naar mijn echtgenoot heb ik de suggestie gewekt dat jij dat werkelijk bent. Interterritoriaal latten begrijpen ze hier niet. Dus ik zie uit naar het moment waarop je mij gaat vragen?’

De zwijnskop luistert aandachtig mee.

‘Reageer niet altijd zo heftig! Wil je dat de zaak escaleert?’ hoort hij de man op tweeduizend kilometer afstand zeggen. De woorden lijken Geesje niet te bereiken.

De zwijnskop zucht.

De volgende dag is het bewolkt. Een stormwind jaagt door de amandelbomen. Die lijken afgestorven met nog een enkele vrucht in een zwart jasje aan de kale takken. De olijfbomen en hun grijsgroe- ne bladeren steken ertegen af. De takken met vorstschade hebben kurkachtige uitstulpingen en zijn ook bladloos. Onder de bomen ligt een tapijt van paarse aangetaste olijven. Een verloren oogst vanwege de vorst, de regen en de xylella-bacterie. Geesje ziet ervan af de en- kele gezonde olijven nog te oogsten. Ze besluit zich op de snoei van de bomen te storten. Uit ervaring weet ze dat een gesnoeide boom minder last heeft van de sneeuwval in de winter. Ze verwijdert ook de nieuwe scheuten en het schot onder aan de stammen. Voor de dikke takken hanteert Geesje de loeiende kettingzaag, de rest doet ze met de snoeischaar en een handzaag. Nero rent in het rond in de hoop dat zij zijn bal wil gooien.

Twee weken na het eerste bezoek komt de agent weer aan de deur. Dit keer in gezelschap van een gemeenteambtenaar.

‘Signora, hier ben ik weer. Zoals u in de brief heeft kunnen lezen, zien we nu dat de omheining twee meter op het terrein van uw buurman staat. Het verbeteren van het slot blijft een eis.’

‘Ik heb geen brief gezien, die man heeft een stoornis.’ Geesje wijst naar de benedenverdieping. ‘Ik weet waar ik het over heb, voordat ik hierheen kwam, werkte ik in de psychiatrie.’

‘Signora, per favore, daar gaat het hier niet over.’

‘Bij de koop stond er in de papieren dat de grond tot ons terrein behoorde. We hebben een halve dag bij de notaris op zijn mooie kantoor gezeten!’

‘Signora, ik heb hier een kopie uit het kadaster waar zwart op wit staat hoe de scheidslijn loopt. U moet de omheining twee meter ver- plaatsen.’

‘Ze hebben ons belazerd, vals voorgelicht! Ik ga mijn recht halen!’ Geesjes stem slaat over.

‘Signora, dat is uw goed recht.’

‘Recht, recht?’ Geesje prikt met haar vinger opnieuw in de richting het huis van de buurman.

‘Heeft hij soms ook het recht om overal camera’s op te hangen om ons te bespieden. Heeft hij dat recht?’

‘Ja, dat recht heeft hij.’

‘Stomme Italiaanse wetten!’

‘Dat kunt u vinden maar iedereen dient zich te houden aan de wet,

ook stranieri buitenlanders zoals u. De agent en de ambtenaar, die overigens niets heeft gezegd, alleen achter zijn hand wat gesmoesd met de agent, verdwijnen in hun auto uit het zicht. In de verte zijn de schoten van de jagers te horen. Stampvoetend loopt Geesje de trap op. Ze kan niet wachten tot de avond en belt haar vriend meteen. ‘Tuut, tuut, tuut, dit nummer is op dit moment niet bereikbaar.’ Shit!

De zwijnskop aan de muur boven de haard aanschouwt het geijs- beer van de signora door de keuken en zucht onhoorbaar. Het ver- haal komt hem bekend voor. Hij kent alle verhalen die er afgelopen eeuw in de omgeving plaatsvonden. Het huis was altijd al verdeeld. De vader van Domenica en zijn broer Vincente leefden er ook in onmin, bestreden elkaar op leven en dood. Tijdens een zwijnenjacht, begin november in de calanchi, bijna honderd jaar geleden, schoot naar men zegt Vincente op zijn broer. Het lijk is nooit gevonden.

Elly Glerum

Dit verhaal verscheen in de bundel Verhalen uit Het Schrijflab 2019, te bestellen bij Uitgeverij Shinz, prijs € 9,95 : http://www.shinz.nl/bestellen